de sturing

Schermafbeelding 2013-12-02 om 21.49.12

Veel aandacht vandaag voor het lang verwachte rapport van de Commissie Dessens. De onthullingen van Snowden over het massale vastleggen van internet- en telecomverkeer weerhielden de Commissie Dessens er niet van om te pleiten voor uitbreiding van de SIGINT-bevoegdheden van de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten, zij het dat dit gepaard dient te gaan met verregaande controle van de kant van de CTIVD. En er valt iets te zeggen voor een zo technisch-neutraal mogelijke omschrijving van bevoegdheden in de wet. Het zou de discussie terug kunnen brengen tot de nut en de noodzaak  van de bevoegdheden an sich. Maar juist die vraag wordt niet beantwoord in het onderzoek van de Commissie Dessens. Wat levert de uitbreiding van de bevoegdheden op aan bruikbare informatie en wat kost het aan privacy en burgerrechten? Dat zou nog eens een interessante discussie kunnen worden.

Maar, en natuurlijk geheel ondergesneeuwd, constateert de Commissie een verontrustend manco in de aansturing van de AIVD. Een manco, dat gezien het voorstel tot uitbreiding van de bevoegdheden, absoluut opgelost dient te worden. En helaas, de Commissie Havermans, die in 2004 (!) een evaluatie verrichtte naar de AIVD constateerde dus negen jaar geleden precies hetzelfde: de minister van Binnenlandse Zaken ontbeert een staf, die op degelijke juridische en politieke gronden een verzoek om een bijzondere bevoegdheid in te zetten door de AIVD beoordeelt.

In 2004 schreef de Commissie Havermans:

De Commissie meent dat meer inhoud moet worden gegeven aan de sturende rol van het ministerie van BZK. Voor een integrale sturing van de AIVD zullen de minister en de secretaris-generaal (en de noodzakelijke
ambtelijke ondersteuning) beter op de hoogte moeten worden gebracht van operationele aangelegenheden. Ook de DGV moet breder worden geïnformeerd. Dit impliceert dat de minister en de SG een adequate kwantitatieve en kwalitatieve ambtelijke ondersteuning hebben. De Commissie acht de ambtelijke ondersteuning van de SG en de minister
op het AIVD dossier onvoldoende.

En nu schrijft de Commissie Dessen:

In geval van een lastaanvraag door de MIVD zijn de directie Juridische Zaken en de SG van Defensie altijd betrokken, alvorens de lastaanvraag door de Minister van Defensie wordt ondertekend. Deze onderdelen van het departement kijken dus naar de aangevraagde last en beoordelen deze op hun juridische en politieke aspecten. Binnen het ministerie van BZK is, in geval van een lastaanvraag door de AIVD, geen ander BZK-onderdeel betrokken, ook de SG neemt er geen inhoudelijke kennis van. De lastaanvraag is weliswaar door de eigen juridische afdeling van de AIVD kritisch bekeken, maar vervolgens gaat het hoofd van dienst rechtstreeks naar de minister met de lastaanvragen. Er is dus geen vorm van verdere controle, er wordt niet over de schouder meegekeken door verantwoordelijken vanuit het departement. Afgezien van de vraag of ministers zich altijd voldoende vrij kunnen maken om deze taak persoonlijk uit te voeren – en zich dus te verdiepen in de machtigingen – heeft de departementale organisatie als taak de minister bij te staan in het uitoefenen van zijn verantwoordelijkheden. Vanwege de beperkte betrokkenheid is er aldus binnen het ministerie van BZK, niet alleen naar het oordeel van de evaluatiecommissie maar ook volgens meerdere geïnterviewden, sprake van onvoldoende ‘checks and balances’ in de afwegingen bij de voorbereiding van de lastgeving en de advisering van de minister daarover. Dit levert een kwetsbare positie op voor de Minister van BZK. De evaluatiecommissie is daarom van mening dat de SG van BZK in dit proces een zwaardere rol moet gaan krijgen.

 

Negen jaar lang is er dus er geen verandering gekomen in een toch behoorlijk onwenselijke aansturing van bijzondere bevoegdheden van de AIVD.

Opmerkelijk is dan wel dat Stan Dessens in Nieuwsuur van 2 december zegt dat de minister in het verleden natuurlijk wel goed op de hoogte was, maar dat zijn constatering vooral van toepassing is op de uitbreiding van de bevoegdheden …..

Quis custodiet ipsos custodes?

glurenOud voorzitter van de Procureurs-Generaal, Harm Brouwer, zal op 1 januari voorzitter worden van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Hij volgt daarmee Bert van Delden op, de huidige voorzitter, die in totaal dan 6 jaar lid is geweest van de CTIVD. Per 1 januari zal ook voormalig korpschef van Rotterdam, Aad Meijboom, die in februari 2010 opstapte nadat uit een onderzoek van het COT bleek dat de korpsleiding voor de strandrellen in Hoek van Holland veel te laat was ingelicht,  op 1 januari toetreden tot de CTIVD. Meijboom nam de verantwoordelijkheid over Hoek van Holland op zich, terwijl hem persoonlijk niks te verwijten viel. Het enige lid van de CTIV dat na 1 januari doorgaat is Liesbeth Horstink-Von Meyenfeldt, net als Brouwer is zij afkomstig van Openbaar Ministerie.

Hoe slim is het nu om een voormalig baas van het Openbaar Ministerie toezicht uit te laten oefenen op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten? Puur persoonlijk bekeken lijkt er geen vuiltje aan de lucht, Brouwer heeft het imago van een ongeschonden blazoen.

Maar puur zakelijk bekeken kan de voormalig voorzitter van de Procureurs Generaal, die daarmee verantwoordelijk was voor het gehele Openbaar Ministerie, nog voor lastige dilemma’s komen te staan.

Kan Brouwer bijvoorbeeld wel onderzoek doen naar kwesties waar hij zelf bij betrokken was of op op zijn minst verantwoordelijk voor was.

Een eerste probleem zal hij tegenkomen als er echt onderzoek zou moeten worden gedaan naar de overleggen tussen Hoofd AIVD en voorzitter van de PG’ s. Het lijkt niet voor de hand te liggen, maar veel onderzoeken van de CTIVD komen onverwachts. En neem nu de notulen van dat overleg van 30 juni 1993. Op zich lijken de neuzen dezelfde kant op te staan over een precair onderwerp: ook de AIVD (destijds nog BVD) wilde gaan infiltreren in de georganiseerde criminaliteit, een onderzoek dat later bekendheid verwierf door een lek naar de Telegraaf.

Maar in de praktijk staan de neuzen helemaal niet altijd dezelfde kant op, zo bleek uit de scriptie “Bouwen aan vertrouwen” uit 2006. Uit de scriptie kwam een beeld naar voren van een zeer problematische samenwerkingsrelatie tussen enerzijds politie en openbaar ministerie en anderzijds de AIVD.

“De realiteit is echter anders” schreven de onderzoekers, “van enige samenwerking is maar mondjes maat sprake en de informatie-uitwisseling is mager. Dit is tevens op te maken uit de bezorgdheid die tijdens het LPC (landelijk platform CIE-officieren van justitie) in november 2005 is geuit”.

Zou iemand die zo’n stempel op het Openbaar Ministerie heeft gedrukt hier onafhankelijk onderzoek naar kunnen doen?

Het is een moeilijk te beantwoorden vraag, maar pijnlijker ligt het bij een dossier waar de  CTIVD steeds van heeft geconstateerd dat het hoognodig opgelost dient te worden. En dat is niet zomaar een dossier: het handelt om de kwestie wie de zeggenschap heeft over de wijze waarop infiltranten strafbare feiten mogen plegen. U kent het wel, recent nog in de serie Penoza, waarbij de loopjongen van Berry, de regelaar van kwade zaakjes voor bazin Carmen, aanpapt met haar dochter, en waar nodig is er rustig op los knalt, terwijl ondertussen duidelijk is dat hij de infiltrant is. Een infiltrant, ook in terrorismezaken, moet niet door de mand vallen als zacht eitje en zal dus ook strafbare feiten plegen.

Nu is daar bij de vormgeving van de huidige WIV in 2002 wel over nagedacht, maar de AIVD en het Openbaar Ministerie moesten zelf tot een regeling komen. En wat blijkt uit allerlei rapporten van de CTIVD, sinds 2002 wordt daarover gesteggeld. De AIVD wel zelf de zeggenschap houden en eist immuniteit van vervolging van infiltranten, het Openbaar Ministerie wil haar recht op vervolging echter niet uit handen geven. Beiden houden nu al ruim 11 jaar voet bij stuk.

Een lastige kwestie dus, want Brouwer die Brouwer onderzoekt, nee, dat klinkt niet erg geloofwaardig.

Opmerkelijk is het wel dat het toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten nu uitgevoerd wordt door mensen afkomstig van het OM en de politie. Tot op heden maakte ook iemand uit de rechterlijke macht deel uit van de CTIVD (beide voorzitters), maar in geen enkele combinatie tot op heden heeft er iemand uit de inlichtingenwereld in de CTIVD gezeten. Wellicht dat de aanbevelingscommissie voortaan ook een blik kan gaan werpen op de inmiddels ruime wetenschappelijke kennis op het gebied van inlichtingen- en veiligheidsdiensten in Nederland. Daar lopen  vast wel potentiele kandidaten tussen.

 

 

 

 

 

 

het geheugen

Der Spiegel meldt verder dat de Amerikaanse geheime dienst zo’n vijf jaar geleden ook heeft geprobeerd het Justus Lipsius-gebouw in Brussel af te luisteren.

JustusLipsiusVijf jaar geleden zou de NSA pogingen hebben ondernomen om de telecomverbindingen van het Justus Lipsius-gebouw in Brussel af te luisteren, zo meldt Der Spiegel.  Het Justus Lipsius- gebouw is het belangrijkste gebouw van de Europese Raad, waar de delegaties van de Europese landen onderhandelen over bijna alle zaken van de Europese Raad. Politici, waaronder de voorzitter van het Europees Parlement  Martin Schultz spreken van een groot schandaal en eisen opheldering van de Verenigde Staten.

Misschien dat de dames en heren uit Brussel en de hoofdsteden van de EU tegelijkertijd nog even opheldering kunnen vragen over het grootste afluisterschandaal dat het Justus Lipsius-gebouw trof tussen 1995 en 2003. Uit een onderzoek van de Belgische toezichthouder op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten bleek dat technici van het Israëlische bedrijf Comverse betrokken waren bij het afluisterschandaal. Hetzelfde bedrijf dat momenteel (onder een andere naam: Verint) betrokken is bij het afluisterschandaal PRISM door in de VS in opdracht van de NSA telecomgegevens door te spelen.

Toeval

Op 28 februari 2003 ontdekte een beveiliger in het statige Justus Lipsius gebouw van de Europese Raad aan de Wetstraat in Brussel een afluisterschandaal van ongekende omvang. De man was om hulp gevraagd toen die dag de telefoons van de Britse delegatie dienst weigerde. Hij zocht de draden van het netwerk op, maar zag tot zijn stomme verbazing een draad die niet op de technische tekening stond en verbonden was met een eigenaardige zwarte doos. Nader onderzoek toonde aan dat de doos technisch hoogwaardige afluisterapparatuur bevatte.
De alarmbellen gingen af. Toenmalig hoofd van de beveiliging, Alexandro Legein, gaf opdracht het hele gebouw te sweepen met geavanceerde apparatuur. Binnen enkele uren vond de beveiliging nog vier zwarte dozen, verbonden met telefoonlijnen van de Britse, Franse, Spaanse, Duitse en Oosterijkse delegaties. De afluisterapparatuur kon alle (telefoon) gesprekken opvangen, registreren en verzenden. De apparatuur was in de betonnen kolommen verwerkt, zodat vermoed werd dat deze er al sinds de opening in 1995 zat.

Stil

Na publicatie van de scoop in le Figaro op 19 maart 2003 blijft het angstvallig stil. In 2006 duikt onderzoekjournalist Kristof Clerix in zijn boek “Vrij spel” nog wel in de afluisteraffaire. Hij spreekt met de Spanjaard Alexandro Legein en dezej maakt wat details bekend. “Ik heb altijd bewondering gehad voor vakmanschap en dit is vakmanschap”, zei Legein. Volgens Legein kwam de afluisteroperatie slechts aan het licht door een stommiteit. De defecte telefoonlijn die werd onderzocht zat in een vergaderzaal waar de Lentetop van de Europese Raad plaatsvond. Deze was maar vlak van te voren aangekondigd, onderwerp: de kwestie Irak. In alle haast werd een nieuwe taplijn gelegd, geen eenvoudige klus in het drukke Justus Lipsius. De wens om juist die vergadering te tappen werd fataal voor de al 8 jaar lopende afluisteroperatie. En wie was er nu zo geïnteresseerd in de standpunten over deze kwestie?

Onderzoek

In mei 2006 werd de Belgische toezichthouder op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten gevraagd te onderzoeken  wat de rol is geweest van de Belgische inlichtingendiensten in het onderzoek naar de herkomst van de afluisterapparatuur. Dat onderzoek werd pas in maart 2010 gepubliceerd en heeft nagenoeg geen aandacht in de media gekregen.
Uit het onderzoek komt naar voren dat de afluisterapparatuur ‘op afstand te besturen is’, dat ‘de apparatuur waarschijnlijk al bij de constructie van het gebouw geplaatst is en dat naast de telecom ook de gesprekken direct af werden geluisterd.
Er werd een ‘covert action’ opgezet om te achterhalen wie de apparatuur geplaatst had. Er werden geheime camera’s opgehangen bij de apparatuur om te bekijken wie deze bediende. De operatie moest echter op 19 maart 2003 worden afgebroken toen Le Figaro het afluisterschandaal meldde op de voorpagina.

Technici

Op basis van de verzamelde beelden en een aanwezigheidslijst van 28 februari 2003 distilleerde men 4 verdachte technici, die allen toegang hadden tot de vertaalsystemen waarop de gevonden zwarte dozen aangesloten waren. Twee van deze technici hadden hun opleiding gevolgd bij het Israëlische bedrijf Comverse, die het vertaalsysteem had geïnstalleerd in het Justus Lipsius gebouw.
Maar veel verder dan deze constatering zijn de Belgische diensten niet gekomen. Er is bij de Verenigde Staten en Nederland  nadere informatie opgevraagd over Comverse, dat zijn naam inmiddels had veranderd in Verint. De VS gaf aan dat Verint nooit vervolgd is vanwege spionage in dat land en van de AIVD is nooit antwoord gekomen op de vraag hoe het zat het manipuleren van tapgegegevens in Nederland door Comverse. Het bedrijf werd er in die jaren in Nederland van beschuldigt een achterdeur te hebben in de apparatuur van de tapkamers, maar echt hard bewijs is daarvoor nooit geleverd.

Geen uitsluitsel

Het Vaste Comite I constateert dat de Belgisiche diensten ‘vrij informeel, ordeloos en zonder gestructureerd actieplan’ deze zaak onderzocht hebben. De samenwerking met andere diensten liet ook te wensen over, over de meegenomen apparatuur werd niet terug gerapporteerd.

Verint

Momenteel duikt het bedrijf weer op in het PRISM schandaal. Verint zou voor de NSA de telecomlijnen van het bedrijf Verizon in de VS afluisteren. Wellicht toch zinvol om in dit kader de kwetsbaarheid van de Nederlandse tapkamers nog eens te bekijken.