Quis custodiet ipsos custodes?

glurenOud voorzitter van de Procureurs-Generaal, Harm Brouwer, zal op 1 januari voorzitter worden van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Hij volgt daarmee Bert van Delden op, de huidige voorzitter, die in totaal dan 6 jaar lid is geweest van de CTIVD. Per 1 januari zal ook voormalig korpschef van Rotterdam, Aad Meijboom, die in februari 2010 opstapte nadat uit een onderzoek van het COT bleek dat de korpsleiding voor de strandrellen in Hoek van Holland veel te laat was ingelicht,  op 1 januari toetreden tot de CTIVD. Meijboom nam de verantwoordelijkheid over Hoek van Holland op zich, terwijl hem persoonlijk niks te verwijten viel. Het enige lid van de CTIV dat na 1 januari doorgaat is Liesbeth Horstink-Von Meyenfeldt, net als Brouwer is zij afkomstig van Openbaar Ministerie.

Hoe slim is het nu om een voormalig baas van het Openbaar Ministerie toezicht uit te laten oefenen op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten? Puur persoonlijk bekeken lijkt er geen vuiltje aan de lucht, Brouwer heeft het imago van een ongeschonden blazoen.

Maar puur zakelijk bekeken kan de voormalig voorzitter van de Procureurs Generaal, die daarmee verantwoordelijk was voor het gehele Openbaar Ministerie, nog voor lastige dilemma’s komen te staan.

Kan Brouwer bijvoorbeeld wel onderzoek doen naar kwesties waar hij zelf bij betrokken was of op op zijn minst verantwoordelijk voor was.

Een eerste probleem zal hij tegenkomen als er echt onderzoek zou moeten worden gedaan naar de overleggen tussen Hoofd AIVD en voorzitter van de PG’ s. Het lijkt niet voor de hand te liggen, maar veel onderzoeken van de CTIVD komen onverwachts. En neem nu de notulen van dat overleg van 30 juni 1993. Op zich lijken de neuzen dezelfde kant op te staan over een precair onderwerp: ook de AIVD (destijds nog BVD) wilde gaan infiltreren in de georganiseerde criminaliteit, een onderzoek dat later bekendheid verwierf door een lek naar de Telegraaf.

Maar in de praktijk staan de neuzen helemaal niet altijd dezelfde kant op, zo bleek uit de scriptie “Bouwen aan vertrouwen” uit 2006. Uit de scriptie kwam een beeld naar voren van een zeer problematische samenwerkingsrelatie tussen enerzijds politie en openbaar ministerie en anderzijds de AIVD.

“De realiteit is echter anders” schreven de onderzoekers, “van enige samenwerking is maar mondjes maat sprake en de informatie-uitwisseling is mager. Dit is tevens op te maken uit de bezorgdheid die tijdens het LPC (landelijk platform CIE-officieren van justitie) in november 2005 is geuit”.

Zou iemand die zo’n stempel op het Openbaar Ministerie heeft gedrukt hier onafhankelijk onderzoek naar kunnen doen?

Het is een moeilijk te beantwoorden vraag, maar pijnlijker ligt het bij een dossier waar de  CTIVD steeds van heeft geconstateerd dat het hoognodig opgelost dient te worden. En dat is niet zomaar een dossier: het handelt om de kwestie wie de zeggenschap heeft over de wijze waarop infiltranten strafbare feiten mogen plegen. U kent het wel, recent nog in de serie Penoza, waarbij de loopjongen van Berry, de regelaar van kwade zaakjes voor bazin Carmen, aanpapt met haar dochter, en waar nodig is er rustig op los knalt, terwijl ondertussen duidelijk is dat hij de infiltrant is. Een infiltrant, ook in terrorismezaken, moet niet door de mand vallen als zacht eitje en zal dus ook strafbare feiten plegen.

Nu is daar bij de vormgeving van de huidige WIV in 2002 wel over nagedacht, maar de AIVD en het Openbaar Ministerie moesten zelf tot een regeling komen. En wat blijkt uit allerlei rapporten van de CTIVD, sinds 2002 wordt daarover gesteggeld. De AIVD wel zelf de zeggenschap houden en eist immuniteit van vervolging van infiltranten, het Openbaar Ministerie wil haar recht op vervolging echter niet uit handen geven. Beiden houden nu al ruim 11 jaar voet bij stuk.

Een lastige kwestie dus, want Brouwer die Brouwer onderzoekt, nee, dat klinkt niet erg geloofwaardig.

Opmerkelijk is het wel dat het toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten nu uitgevoerd wordt door mensen afkomstig van het OM en de politie. Tot op heden maakte ook iemand uit de rechterlijke macht deel uit van de CTIVD (beide voorzitters), maar in geen enkele combinatie tot op heden heeft er iemand uit de inlichtingenwereld in de CTIVD gezeten. Wellicht dat de aanbevelingscommissie voortaan ook een blik kan gaan werpen op de inmiddels ruime wetenschappelijke kennis op het gebied van inlichtingen- en veiligheidsdiensten in Nederland. Daar lopen  vast wel potentiele kandidaten tussen.