het offensief

De AIVD ontwikkelt een zogenoemde Forward Defense strategie, inhoudende dat de AIVD, ook vanuit de binnenlandse veiligheidstaak, op offensieve en innovatieve wijze, in een zo vroeg mogelijk stadium actief wil anticiperen op (mogelijke) dreigingen teneinde deze in een zo vroeg mogelijk stadium actief te kunnen (laten) voorkomen of reduceren.

De jaarplannen van de AIVD zijn over het algemeen niet te uitgesproken. Stel je voor een inlichtingendienst die de rest van de wereld laat weten waar de pijlen het komend jaar op worden gericht. Not done!
Maar dit jaar zowaar toch een jaarplan voor 2011 dat de moeite van het bestuderen waard is. Het onderdeel dat de moeite waard is nader te beschouwen is het in juli vorig jaar  geintroduceerde  concept ‘ Forward Defense’ dat in het jaarplan een prominente plaats inneemt en nader ingevuld wordt door de AIVD.

In juli 2009 legde de dienst heel summier op haar website uit wat er wordt verstaan onder ‘forward defense’:  “Forward defence betekent dat de AIVD dreigingen in het buitenland zichtbaar maakt en zo dus nog eerder risico’s voor de nationale veiligheid onderkent.

In het jaarplan dat nu aangeboden is aan de Tweede Kamer is het concept inmiddels verder uitgewerkt. Letterlijk meld de AIVD dat “de AIVD  een zogenoemde Forward Defense strategie ontwikkelt, inhoudende dat de AIVD, ook vanuit de binnenlandse veiligheidstaak, op offensieve en innovatieve wijze, in een zo vroeg mogelijk stadium actief wil anticiperen op (mogelijke) dreigingen teneinde deze in een zo vroeg mogelijk stadium actief te kunnen (laten) voorkomen of reduceren“.

Inhoudelijk een fikse verschuiving ten opzichte van de beschrijving uit 2009. De AIVD sprak toen nog van ‘het zichtbaar maken van dreigingen’, terwijl het nu spreekt van ‘ in een zo vroeg mogelijk stadium anticiperen op mogelijke dreigingen’. Waar het in 2009 nog ging om ‘het onderkennen van risico’s voor de nationale veiligheid’ is de inzet verschoven naar ‘de dreigingen in een zo vroeg mogelijk stadium actief te kunnen (laten) voorkomen of reduceren.

Een  offensieve inlichtingendienst

In de praktijk zal de nieuwe strategie hoofdzakelijk worden toegepast bij de bestrijding van terrorisme. De AIVD schrijft daarover dat ‘ de dienst in 2011 met prioriteit werken aan een (verdere uitbouw van) een eigen hoogwaardige inlichtingenpositie met betrekking tot personen en organisaties in Nederland én het buitenland die een concrete of zeer voorstelbare jihadistisch-terroristische dreiging vormen voor Nederland of Nederlandse belangen elders’.

De landen waar de AIVD zijn inlichtingenpositie op jihadistische netwerken wenst uit te breiden zijn onder andere Afghanistan/Pakistan grensregio, Jemen, Hoorn van Afrika en Noord -Afrika. Infiltratie in deze jihadische netwerken lijkt onbegonnen werk. De AIVD schrijft dan ook dat de inzet van Signal Intelligence (SIGINT) in dit geval van cruciaal belang is.

De offensieve strategie komt vervolgens tot uitdrukking in het vervolg op de inlichtingen die middel SIGINT operaties zijn verworven. ‘De AIVD zal de Nederlandse autoriteiten van handelingsperpectieven voorzien ten behoeve van het treffen van maatregelen die tot doel hebben de risico’s en dreigingen die uitgaan van exogeen jihadistisch terrorisme richting Nederland of Nederlandse belangen elders, te reduceren’. Er zal daarbij nauw worden samengewerkt met relevante collegadiensten.

De zaak Bünyamin E.

Het lijkt tamelijk abstract, zo’n offensieve  ‘Forward Defense’ strategie, maar geprojecteerd op de alledaagse realiteit wordt de strategie wellicht duidelijker. Gezien de landen waar de AIVD zich op richt is samenwerking met de inlichtingendiensten uit de VS onvermijdelijk. Zij richtten zich immers bij uitstek zich op dezelfde netwerken.
Een ander land waar mee samengewerkt zal worden is Duitsland. Nu de missie in Afghanistan door gaat zal dat zeker intensiveren. Bovendien kampt Duitsland als geen ander Europees land met dezelfde dreiging die de AIVD constateert.

De offensieve strategie van de AIVD heeft nog geen gezicht, de Duits-Amerikaanse wel: Bünyamin E., een Duitse jongen van Turkse afkomst van 20 jaar.  Bünyamin E. was het slachtoffer van een offensieve inlichtingen strategie met handelingsperspectief, precies zoals de AIVD nu uitzet voor de komende jaren. Het verhaal kwam naar boven toen in een regionale krant in Duitsland een advertentie stond met de tekst: “In zijn zoektocht naar een gelovig leven, werd Benjamin (Bünyamin) begin oktober  door een Drone getroffen in Pakistan”.

Al snel bleek dat Bünyamin E. op 4 oktober 2010 was omgekomen bij een aanval door een drone van de VS op een huis waar hij verbleef in Mir Ali, Noord  Waziristan, Pakistan. Bij de aanval kwamen ook de uit Hamburg afkomstige Shahab D. om en enkele personen afkomstig uit Centraal Azie.
Hoewel er in diverse media geschreven werd over de aanval en de Duitse jongens die erbij waren getroffen bleeef het van de kant van de regering stil. Te stil vonden de politieke partijen “Die Linke” en “Die Grünen”, maar vragen die ze stelden in het Duitse parlement bleven grotendeels onbeantwoord. De regering beriep zich voornamelijk op geheimhoudingsplicht in het belang van de nationale veiligheid.

Geheel op de achtergrond was de Duitse justitie ondertussen toch aan de slag gegaan. De wet schrijft immers voor dat er een gerechtelijk onderzoek uitgevoerd moet worden als Duitse staatsburgers in het buitenland onder verdachte omstandigheden omkomen. De Hamburgse rechter-commissaris Sven Axel Dubitscher diende een klacht in tegen de baas van de CIA: Leon Panetta. De zaak werd overgenomen door Wupertahl, waar Bünyamin E woonachtig was. Tegelijkertijd ging ook de procureur-generaal uit Karlsruhe aan het werk. Hij vermoedde dat in dit geval ook het internationale strafrecht is overtreden. Ten slotte voegde ook rechter Thomas Schulte-Kellinghaus zich bij de aanklagers. Hij is een van de hoogste rechters in Duitsland verbonden aan het Oberlandesgericht.

Thomas Schulte-Kellinghaus onderzoekt de rol die de Bundes Criminal Ambt gespeeld heeft bij de drone aanval op de Duitse jongens. Heeft de BKA informatie doorgegeven aan de CIA, is er op enige andere wijze samengewerkt? Schulte-Kellinghaus wil het graag weten en heeft een onderzoek ingesteld naar het hoofd van de BKA, Jörg Ziercke.

Eigenlijk zou het vreemd zijn als de Duitse diensten  geen informatie verzamelden over Bünyamin E. Al in september 2009 doken de eerste berichten op over een grote groep Duitse Jihadi’s in Pakistan. Ze zouden verblijven in Waziristan en getraind worden door Islamic Movement of Uzbekistan.Inlichtingen vergaren over dergelijke netwerken is een must.

Justified Defense?

Maar, en daar komt de offensieve ‘forward defense’ strategie om de hoek kijken, als het nu niet bij inlichtingen verzamelen alleen is gebleven. Als de Duitse diensten hun informatie inderdaad deelden met de VS, met het doel hen middels een drone aanval uit te schakelen, is het international recht dan inderdaad niet geschonden?

Philip Alston, professor recht aan de Universiteit van New York, onderzocht de rechtmatigheid van het inzetten van de drones door de VS. In zijn rapport, dat was gericht aan de UN General Assembly’s Human Rights Council komt Alston tot de conclusie dat het inzetten van de drones een hoop volkenrechtelijke vragen oproept: bij welk soort conflicten is het gericht uitschakelen gerechtvaardigd, is gericht uitschakelen toelaatbaar voor alle verdachte terroristen, of is er onderscheidt, zijn de aanvallen precies genoeg om onschuldige slachtoffers te voorkomen, zijn de aanvallen proportioneel, is er voldoende openheid over de procedure waarin besloten wordt iemand gericht uit te schakelen?
Philip Alston concludeert dat de inzet van de drones, zoals deze momenteel plaats vindt de grensen van het internationale recht overschrijden.

In Nederland is er tot op heden geen discussie geweest over de nieuwe AIVD strategie. De ‘Forward Defense’ strategie werd gebracht en aanvaard als een logische stap in de bestrijding van het terrorisme. Nu de AIVD echter zo duidelijk de ‘defense’-strategie omzet in een ‘offensive’-strategie, een strategie die zomaar kan leiden tot een Nederlandse Bünyamin E. zou een discussie over deze koerswijziging wel op zijn plaats zijn.