het aanwijzingsbesluit

AIVD-jaarverslag:

“De looptijd van vier jaar is nodig om de AIVD (en de MIVD) in staat te stellen voor een langere termijn een inlichtingenpositie op te bouwen en te behouden.”

In dit laatste kwartaal van het jaar wordt traditioneel het aanwijzingsbesluit voor de buitenland (d-)taak van de AIVD en MIVD bekendgemaakt. Sinds 2002 hebben de diensten ook een taak om inlichtingen te verzamelen in het buitenland. Jaarlijks zou door middel van een aanwijzingsbesluit worden vastgelegd op welk soort van inlichtingen de diensten zich zouden gaan richten.

Maar, dit gebeurt sinds 2008 niet meer jaarlijks, want er moet een inlichtingenpositie worden opgebouwd. Tja, alsof dat van 2002 tot en met 2007 ook niet moest.

Maar er is meer aan de hand. Als we kijken naar het aanwijzingsbesluit van 2006 (en die was dus voor 2007) dan staan daar vrij helder vier gebieden opgesomd, waar de diensten zich op dienen te richten:

  1. Ontwikkelingen op het gebied van internationaal terrorisme;
  2. Ontwikkelingen in landen die relevant zijn in het kader van de proliferatie van massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen;
  3. Politieke, etnische of religieuze spanningen of geschillen in specifieke landen of regio’s, ongeacht of zij binnen of tussen landen optreden, die kunnen leiden tot een bedreiging voor de internationale stabiliteit of de internationale rechtsorde;
  4. Ontwikkelingen die de Nederlandse en Europese energievoorzieningszekerheid in gevaar kunnen brengen.

Laten we dat eens vergelijken met de onderwerpen die beschreven zijn in het aanwijzingsbesluit voor de periode 2008 – 2012:

  1. Politieke intenties, activiteiten en opinies van regeringen, instellingen en inwoners van specifiek benoemde landen of regio’s (politieke inlichtingen). Voor alle landen en regio’s van onderzoek geldt dat deze worden bezien vanuit de vraag wat de werkelijke motieven van de belangrijkste actoren zijn, wat de feitelijke invloed is van de regering en welke doelen worden nagestreefd.
  2. Het tijdig onderkennen en signaleren van en reageren op ontwikkelingen in landen of regio’s die een potentiële dreiging ten aanzien van de nationale veiligheid vormen (early warning/quick response). Hiertoe worden gevraagd en ongevraagd gegevens verzameld over landen en regio’s die niet vallen onder artikel 1a.

Wat opvalt is dat de specifieke onderwerpen zijn verdwenen en dat het containerbegrip ‘nationale veiligheid’ de lading is gaan dekken. Opmerkelijk hierbij is dat eerdere ‘ bedreiging voor de internationale stabiliteit of de internationale rechtsorde’ uit beeld is verdwenen. Ook wordt de toch beperkte capaciteit in het buitenland nu duidelijk ingezet om de politieke intenties, activiteiten en opinies van regeringen te achterhalen.

De CTIVD is momenteel bezig met een onderzoek naar de uitvoering van de Buitenland taak door de AIVD. We zijn benieuwd of de aanwijzingsbesluiten in het verleden een leidende rol hebben gespeeld bij de inzet van de AIVD. Mocht dat zo zijn, dan is er genoeg reden het huidige besluit weer eerder aan te passen.

het scenariodenken

Dick Schoof,
Directeur-Generaal Veiligheid van het ministerie van Justitie:

“Bijna alle grote dreigingen die in Nederland tot ontwrichting kunnen leiden komen van buiten”

De dozen zijn gepakt, alleen Zoetermeer mag blijven. Met terugwerkende kracht is het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties haar directoraat Veiligheid kwijt.

Dick Schoof hoeft niet ver te sjouwen, maar verliest een deel van zijn boedel. Of er daadwerkelijk problemen mee worden opgelost zal nog moeten blijken.

De positie van de AIVD verandert wel flink. Al het beleid op het terrein van veiligheid verhuisd naar de buurman. Wat dat in de toekomst gaat betekenen zal nog moeten blijken.

het openbaarheidstekort

Raymond Knops (CDA):

“De fractievoorzitters moeten deze taak serieus moeten nemen door de vergaderingen van deze commissie ook bij te gaan wonen. Nu gebeurt dat lang niet altijd”
(maart 2010)

Nu het kabinet Rutte eindelijk is aangetreden zijn we benieuwd hoe de ‘nieuwe’ Tweede Kamer de controle op de inlichtingendiensten wenst te regelen. Een aantal maanden voor de verkiezingen speelde het ondewerp weer op toen  oud-Tweedekamerlid Ton Heerts (PvdA) stelde dat de parlementaire controle op de inlichtingen amper controle te noemen is.

Met deze hand in eigen boezem raakte Heerts een gevoelige snaar. Hij vond dat de controle niet alleen plaats moet vinden door de fractievoorzitters in de beslotenheid van de Commissie IVD. Er zou ook ruimte moeten zijn voor de inbreng van vakspecialisten, whoever that might be.

Heerts kreeg  een steuntje in de rug van het CDA Tweedekamerlid Raymond Knops. Hij had iets opmerkelijks te melden: “de fractievoorzitters zouden deze taak serieus moeten nemen door de vergaderingen van deze commissie ook bij te gaan wonen. Nu gebeurt dat lang niet altijd“. Ah, parlementariers die vinden dat de parlementaire controle op de inlichtingendiensten verbeterd moet worden, dat hebben we eerder gehoord.

Inmiddels al weer ruim zes jaar geleden onderzocht de Commissie Bestuurlijke Evaluatie AIVD (Commissie Havermans) de AIVD. Natuurlijk werd in dat onderzoek ook de controle op de AIVD onderzocht. En wat bleek: “De controle op de AIVD is onvolkomen“.

De in 2002 ingestelde CTIVD ontbeerde het aan menskracht, maar  de Commissie IVD van de fractievoorzitters bleek de bottleneck. Oorzaak: niet de AIVD of minister, die informeerden de commissie ‘ ruimhartig’, aldus Havermans. Nee, het was de commissie IVD zelf die “nauwelijks diepgaande debatten houden over de wijze waarop de AIVD zou moeten functioneren”. Tja, het zal je maar, zes jaar later nog een keer ingewreven worden door Heerts en Knops.

In 2009 zaten  de fractievoorzitters Van Geel (CDA) (voorzitter van de commissie),  Hamer, (PvdA),  Kant (SP), Rutte (VVD), Wilders (PVV),  Halsema (GroenLinks), Slob (ChristenUnie), Pechtold (D66),  Thieme (PvdD) en Van der Vlies (SGP) in de commissie IVD.

Na de verkiezingen zijn een aantal fractievoorzitters vervangen, recent nog CDA en VVD door Sybrand Haersma Buma (CDA) en Stef Blok (VVD), eerder al Job Cohen (PvdA) , Emile Roemer (SP), Andre Rouvoet (CU) en Kees van der Staaij (SGP).

Misschien dat Femke Halsema (Groenlinks), Geert Wilders (PVV), Alexander Pechthold (D66) en Marianne Thieme (PvdD) kunnen uitleggen hoe de parlementaire controle werkt?