het Meerenberg arrest

“De betrokkenheid van de deelnemende organisaties in de CT Infobox is op verschillende grondslagen gebaseerd. Dit levert naar het oordeel van de Commissie op sommige punten een onduidelijke positie op ten aanzien van ieders taken en verantwoordelijkheden. In dit kader hebben zich in het verleden ook daadwerkelijk fricties voorgedaan.”

Grote stilte gedurende deze verkiezingsperiode over de inlichtingendiensten en het terrorisme beleid.  Dat is de laatste tien jaar wel anders geweest, maar misschien zijn de partijen inlichtingendiensten moe, hoewel de debatjes over controle na het tienjarig bestaan van de CTIVD anders doen vermoeden. Minister Spies kondigde zowaar een evaluatie, weliswaar alleen van de wet, aan. Dat allemaal in verband met een nieuwe wet die momenteel voorbereid wordt.

Wat de partijen nu in de toekomst met de inlichtingendiensten willen, blijft vooralsnog een raadsel, terwijl een nieuw kabinet toch al direct met een sluimerend conflict wordt opgezadeld: wel of geen aparte regeling voor de CT-Infobox. CT-Infox? Bestaat die nog? Ja zeker, en volgens de diensten succesvol: er wordt nog steeds door AIVD, MIVD, OM, IND en KMAR gezamenlijk gekeken naar mogelijke terroristen in Nederland.

En precies daar zit het probleem, want gezamenlijk in elkaars keuken kijken bleek slechts mogelijk onder het juridische regime van de WIV 2002. AIVD en MIVD kunnen allen onder die wet informatie ‘delen’. En tja, zo constateerde de CTIVD in 2007, in de praktijk kreeg de AIVD daardoor ook een te leidende rol. Dat strookte niet met de praktijk waar ieder gelijkwaardig wil zijn.

En dan was er ook de leiding van de CT-Infobox, het zogenaamde Coördinerend Beraad, nee, niet Marijnissen & co, maar, alle hoofden van de diensten inclusief de coördinator terrorismebestrijding Erik Akerboom. Een belangrijke club, want men bespreekt  ‘onder meer de opvolging van de uitgebrachte adviezen, de onderlinge afstemming van lopende zaken, het beheer en bijvoorbeeld de eventuele verdere uitbouw van deelnemers en taken van de CT Infobox.” Ook als er binnen de Infobox geen overeenstemming is over een advies (een paar keer gebeurd), wordt dat in het Coördinerend Beraad besproken. Maar laat nu juist de aanwezig van Akerboom tot irritiaties hebben geleid, de NCTV heeft geen immers geen operationele bevoegdheden en dat soort kwesties kunnen dus niet in zijn bijzijn worden besproken.

Tja, snel wat regelen zou je dan denken, maar sinds het advies hierover van de CTIVD in 2007 lijkt de kwestie alleen maar meer spanning op te hebben geleverd. De minister wilde namelijk geen aparte wet voor de CT-Infobox, laat staan het Coördinerend Beraad. Maar, voortbordurend op het advies van de CTIVD, stelde het Coördinerend Beraad zelf wel een werkgroep in, die een wetgevingstraject moest gaan voorbereiden. En wat bleek na twee jaar studie: alle diensten waren voorstander van een aparte wet, juist het tegenovergestelde van de reactie van de minister. De minister veegde het plan vervolgens van tafel, er moest en zou geen aparte wet komen. Reden voor het Coördinerend Beraad om eerst de eigen juridische werkelijkheid maar op orden te brengen en in ieder geval de besluitvormingsprocedure te vervolmaken. Ook dat duurde weer twee jaar, waardoor we nu bijna 5 jaar na het rapport van de CTIVD nog steeds wachten op duidelijkheid.

Er is inmiddels door het Coördinerend Beraad wel een nieuwe voorstel aan de minister gedaan, maar de ambtenaren waren creatief en vonden een arrest van de Hoge Raad uit 1887 (!). In dit Meerenburg-arrest denken de wetgevingsambtenaren van het ministerie hun gelijk te halen.Dit arrest uit de oude doos heeft een bijzondere geschiedenis. Bestuursleden van het krankzinnigengesticht “Meerenberg” weigerden een bevolkingsregister aan te leggen en door te geven aan de instanties. In die periode (en we hebben het over 1840!) dacht de kroon op basis van AMvb’s straffen op te kunnen leggen. Maar in dit geval haalde de overheid bakzeil tot aan de Hoge Raad. Geen straffen op basis van van AMvB’s, die moesten verankerd zijn in formele wetten. Later werd dit bekrachtigd in de Grondwet. In artikel 89 lid 1 en 2 van de Grondwet, opgenomen na de wijziging van 1887, is destijds bepaald dat een AMvB  bij Koninklijk Besluit wordt vastgesteld en dat voorschriften, door straffen te handhaven, daarin alleen worden gegeven krachtens de wet.

Volgt u het nog? Nou op het ministerie wel, want dachten ze, als er  voor regelingen waarbij straffen zijn opgenomen formele wetten nodig zijn, dan is dat voor regelingen waar geen straffen in opgenomen zijn dus niet. Geen aparte wet dus voor de CT-Infobox is en blijft het standpunt van de minister.

Puur op basis van de gedachte dat de CT-Infobox gaat over samenwerking en gegevensuitwisseling klopt deze redenering misschien nog wel, maar feitelijk vormt de CT-Infobox natuurlijk startpunt van een keten van strafbepalingen. De maatregelen die kunnen worden opgelegd (verstoren, uitzetten, vervolgen) worden uiteindelijk onder formele wetten genomen, ook de ambtsberichten die daaraan ten grondslag liggen, maar in de CT-Infobox worden de keuze van de meest passende maatregel al wel gemaakt.

Misschien tijd voor de CTIVD om nog eens nader te bekijken welke maatregelen uit de koker van de Infobox zijn voorgesteld en opgevolgd.

een motie

Het was weer eens raak, of moeten we zeggen mis, vanochtend in de Tweede Kamer. Op de agenda stond stond een VAO over de AIVD. Een kort plenair debat naar aanleiding van het Algemeen Overleg van 8 december 2011. Ronald van Raak (SP) had het VAO destijds aangevraagd naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak Roel van Duijn. Van Raak stelde voor de Commissie van Toezicht de kwestie te laten onderzoeken en daarbij de bevoegdheden van de CTIVD uit te breiden met onderzoek naar de effectiviteit van de AIVD. De CTIVD mag momenteel alleen de rechtmatigheid van de uitvoering van de taken van de inlichtingendiensten onderzoeken.

Slechts een spreker had zich aangemeld: het PVV Tweedekamerlid Andre Elissen. Ronald van Raak was wel aanwezig, maar andere Tweedekamerleden schitterden door afwezigheid. En dat terwijl het onderwerp, uitbreiding van controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, al sinds de nieuwe WIV uit 2002 maar door moddert.

Vandaag was het wederom tien sprongen terug en een stapje vooruit. Elissen diende een motie in waarin hij de regering opriep na tien jaar Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten te evalueren met in het bijzonder aandacht voor de wijze van toezicht. Reden: de WIV is inmiddels tien jaar oud en er is niet automatisch in een evaluatie voorzien en het is nog nooit gedaan.

Het laatste is natuurlijk onzin, maar de Tweede Kamer heeft wel vaker last van witte plekken in het geheugen als het inlichtingendiensten betreft. In 2004 verichte de Commissie Bestuurlijke Evaluatie AIVD, beter bekend als de Commissie Havermans een zeer uitgebreid onderzoek naar de AIVD met als hoofdvragen: welke verwachtingen bestaan er ten aanzien van de dienst, hoe worden de taken uitgevoerd en zijn daarin verbeteringen mogelijk en zijn de bevoegdheden en middelen voldoende om aan de gestelde eisen te voldoen.

We zullen dat onderzoek ,dat gepubliceerd werd in een lijvig rapport ‘De AIVD in verandering’ hier niet verder bespreken, maar de liefhebber (en Tweedekamerleden) kunnen het hier nalezen. Er zijn veel veranderingen in gang gezet na dat rapport en in die zin zou een nieuw evaluatie onderzoek op vergelijkbare wijze zinvol zijn. Een belangrijk punt, de controle, heeft de Tweede Kamer echter laten liggen en diezelfde Tweede Kamer vliegt dan nu zelf als spuit elf uit de bocht.

De Commissie Havermans was destijds helder: de controle op de AIVD is onvolkomen. Vooral de parlementaire controle kreeg een onvoldoende: in de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIV, beter bekend als Commissie Stiekem) vinden nauwelijks diepgaande debatten plaats over de wijze waarop de wijze waarop de AIVD zou moeten functioneren.

In de afgelopen jaren lijkt daar niet veel in te zijn verandert. In maart 2010 stelde toenmalig Tweedekamerlid voor de PvdA Ton Heerts voor de CIV uit breiden met vakspecialisten. Het CDA Tweedekamerlid Raymons Knops ondersteunde hem en meldde dat “de fractievoorzitters deze taak serieus moeten nemen door de vergaderingen van deze commissie ook bij te gaan wonen. Nu gebeurt dat lang niet altijd”. Het bleef daarna echter toch weer stil.

De Commissie Havermans concludeerde vooral dat ‘de controle op de organisatie en het functioneren van de AIVD moet worden versterkt. Een bijzondere dienst dient een bijzondere controle vorm te krijgen.’ Havermans zag hierin een taak voor de CTIVD: ‘De commissie van toezicht moet, naast een rechtmatigheidstoets, de formele mogelijkheid krijgen tot onderzoek naar de organisatie en het functioneren van de AIVD, inclusief de wijze van sturing en prioritering.’

De CTIVD was echter geen voorstander van een dergelijke taakuitbreiding. In een reactie op het rapport ‘De AIVD in verandering’ schreef de CTIVD voorstander te zijn van het Canadese systeem, waarbij een inspecteur-generaal dat toezicht uitoefent. De CTIVD was bang voor een te grote en andere organisatie. Toenmalig voorzitter van de CTIV, Irene Michiels van Kessenich – Hoogdam zei destijds: “Wij hebben in een reactie op dat rapport geschreven: kijk nu eens naar de functie van inspecteur-generaal. Op de doelmatigheid is heel weinig externe controle, er is natuurlijk wel interne controle, maar wij hebben de indruk dat de externe controle er ook moet zijn. Wij doen er wel iets aan als het op ons pad komt. De Algemene Rekenkamer heeft weer een heel speciale andere invalshoek. We denken dat een inspecteur-generaal op voldoende afstand van de diensten kan functioneren om kritiek uit te kunnen oefenen. Deze inspecteur-generaal mag niet ondergeschikt zijn aan het hoofd van de dienst, maar staat toch weer zo dicht bij de diensten, dat de kennis van hoe zo’n dienst functioneert aanwezig is. De Commissie Havermans vond dat de CTIVD belast moest worden met het doelmatigheidstoezicht, maar dan krijg je toch wel een heel andere organisatie dan de bedoeling was en dan krijg je gewoon een veel grotere organisatie”.

Instituut Clingendael heeft daarna nog onderzocht hoe de controle in verschillende landen was geregeld. In een reactie op dat rapport stelde de toenmalige minister Remkes dat er in Nederland sprake is van een dekkend stelsel van democratische controle.

De Tweede Kamer heeft het er vervolgens bij laten zitten. In tal van debatten komt de ‘slechte’ controle aan bod, maar een eigen visie op wel of geen inspecteur-generaal, wel of geen uitbreiding van de CTIVD heeft bijna geen enkel kamerlid.

Minister Liesbeth Spies toonde zich vandaag overigens niet afwijzend tegen een evaluatie van de WIV 2002, maar vroeg zich wel af of het nu een wetsevaluatie zou moeten betreffen of een evaluatie van de doelmatigheid van de AIVD. Bovendien melde ze dat er een wetswijziging wordt voorbereid die dit voorjaar ingediend zou gaan worden. Een evaluatie zou dat wetgevingsproces niet voor de voeten mogen lopen. Een omgekeerde route is wellicht zinvoller, pas na een evaluatie een wetswijziging indienen.

Duidelijk is dat de controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten een steeds terugkerend onderwerp blijft, waar  in de Tweede Kamer maar marginaal aandacht voor is. Wellicht dat er op het door de CTIVD te organiseren symposium dit voorjaar in het kader van het tien jarig bestaan van de CTIVD spijkers met koppen kunnen worden geslagen. Met spanning wachten we het vooronderzoek van Cyril Fijnaut af.

de (opnieuw) politiek

‘Het is dus niet gebeurd, en dat is voor ons het belangrijkste’, aldus PVV-Kamerlid André Elissen.

Demonstranten verbranden pop Wilders bij protest in Afghanistan tegen Fitna

Het is weer raak. Afgelopen maandag onthulde de Humanistische Omroep in de documentaire ‘Het Proces Wilders‘ dat toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen in 2008 de AIVD wilde inschakelen om Geert Wilders te laten volgen en zo meer te weten te komen over de inhoud van de toen nog te verschijnen film Fitna. Toenmalig minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Guusje ter Horst, liet de documentairemakers overigens weten dat de AIVD niet is ingezet.

Mag een minister, zich zorgen makend over de Nederlandse belangen in het buitenland,  de gedachte op laten komen de AIVD hiervoor aan het werk te zetten? Minister Ter Horst ging destijds niet akkoord, maar had eventueel op grond van artikel 6 ook wel akkoord kunnen gaan. De vraag was immers of Wilders plannen, zeker gezien de eerdere internationale reacties op de Deense cartoons, niet  het ernstige vermoeden opleverden dat zij een gevaar vormden voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde, dan wel voor de veiligheid of andere gewichtige belangen van de staat. En moet je om die vraag te echt goed te kunnen beantwoorden de inhoud niet kennen?

Of het spoeddebat dat vandaag is aangevraagd de kwestie gaat verhelderen is maar zeer de vraag. Op de website van Elsevier legt PvdA Tweedekamerlid Jeroen Recourt uit wat hij van de kwestie vind: “Het moet uitgesloten zijn dat de inlichtingendiensten leden van de Staten-Generaal afluisteren of volgen. Daarnaast vind ik dat de bemoeienis van bewindspersonen met dergelijke opdrachten ongewenst is.”

De laatste opmerking snijdt natuurlijk hout. Een inlichtingendienst kan beter zelfstandig van de bewindspersonen gevaren inschatten. Het dossier Irak laat zien wat er anders gebeurd. Enigszins genuanceerder ligt het toch wel met de eerste opmerking van Recourt. Het is geen simpele kwestie, want de angst van politici voor een machtige geheime dienst die hen onder de knoet houdt kennen we maar al te goed uit landen waar we zelf ook liever niet vertoeven. Omgekeerd moeten we de ogen ook niet sluiten voor malafide praktijken, politiek infiltraties en manipulaties binnen de politiek. Recent was er nog een voorbeeld in Nederland toen bleek dat een kandidaat van de PVV voor de Tweede Kamerverkieizngen, Gidi Markuszower , een risico zou  hebben gevormd voor de integriteit van Nederland  en betrokken zou zijn geweest bij een organisatie die informatie heeft overgedragen aan een buitenlandse mogendheid. Informatie die afkomstig was van de AIVD.

Voor die kandidaat-Kamerleden bestaat er al sinds 1993 beleid, recent weer aangescherpt na debat in de Tweede Kamer. De regeling is heel helder en duidelijk. De eigen verantwoordelijkheid van de betrokken partij staat voorop. Als daar voldoende aanwijzingen uit komen dat de integriteit een gevaar loopt dan wordt er door de AIVD eerst naslag gedaan. Pas als daaruit, in combinatie met de door de partij aangeleverde gegevens blijkt, dat dit aanleiding geeft tot het ernstige vermoeden dat het betrokken kandidaat Kamerlid een gevaar vormt voor de democratische rechtsorde, de nationale veiligheid of andere gewichtige belangen van de staat, dan kan de AIVD op grond van zijn a-taak een onderzoek instellen. Uit de kwestie Markuszower blijkt dat dus af en toe nodig te zijn. Bij de laatste aanpassing van deze regeling is vastgelegd dat de AIVD de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten informeert indien er informatie wordt vertrekt aan een politieke partij binnen dit kader.

Eenzelfde  regeling zou natuurlijk van toepassing kunnen worden op alle democratisch gekozen leden van het parlement, provinciale staten en de gemeenteraden. Want laten we wel wezen, waarom zouden zij uitgesloten moeten zijn van onderzoek door de AIVD als er voldaan is aan de voorwaarden van artikel 6 WIV 2002? Het is inmiddels bijna 20 jaar gelden, maar de AIVD berichtte middels een ambtsbericht dat de toenmalige fractievoorzitter van de VVD van stadsdeel Oost in Amsterdam, actief en bewust betrokken was bij het helen van illegaal gegenereerde gelden.

Als je. zoals Recourt stelt, onderzoek naar leden van de Staten Generaal door de AIVD uitsluit, dan mis je dus mogelijke gevallen van infiltratie, of door vreemde mogendheden (Markuszower) of door georganiseerde misdaad (Rieske). Als de CTIVD, net als bij kandidaten voor de Tweede Kamer in ieder geval iedere keer op de hoogte wordt gesteld, voorkom je een mogelijke ongebreidelde macht van de AIVD.

Hoe je ook wendt of keert is er rondom het uitkomen van Wilders film Fitna door de verantwoordelijken niet fout gehandeld. Uit gesprekken met Wilders zelf wisten die al lang wat de inhoud van de film ongeveer zou zijn en was het ook mogelijk de juiste maatregelen te treffen. Gelukkig was Maxime Verhagen van het buitenland en niet van het binnenland.