een motie

Het was weer eens raak, of moeten we zeggen mis, vanochtend in de Tweede Kamer. Op de agenda stond stond een VAO over de AIVD. Een kort plenair debat naar aanleiding van het Algemeen Overleg van 8 december 2011. Ronald van Raak (SP) had het VAO destijds aangevraagd naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak Roel van Duijn. Van Raak stelde voor de Commissie van Toezicht de kwestie te laten onderzoeken en daarbij de bevoegdheden van de CTIVD uit te breiden met onderzoek naar de effectiviteit van de AIVD. De CTIVD mag momenteel alleen de rechtmatigheid van de uitvoering van de taken van de inlichtingendiensten onderzoeken.

Slechts een spreker had zich aangemeld: het PVV Tweedekamerlid Andre Elissen. Ronald van Raak was wel aanwezig, maar andere Tweedekamerleden schitterden door afwezigheid. En dat terwijl het onderwerp, uitbreiding van controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, al sinds de nieuwe WIV uit 2002 maar door moddert.

Vandaag was het wederom tien sprongen terug en een stapje vooruit. Elissen diende een motie in waarin hij de regering opriep na tien jaar Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten te evalueren met in het bijzonder aandacht voor de wijze van toezicht. Reden: de WIV is inmiddels tien jaar oud en er is niet automatisch in een evaluatie voorzien en het is nog nooit gedaan.

Het laatste is natuurlijk onzin, maar de Tweede Kamer heeft wel vaker last van witte plekken in het geheugen als het inlichtingendiensten betreft. In 2004 verichte de Commissie Bestuurlijke Evaluatie AIVD, beter bekend als de Commissie Havermans een zeer uitgebreid onderzoek naar de AIVD met als hoofdvragen: welke verwachtingen bestaan er ten aanzien van de dienst, hoe worden de taken uitgevoerd en zijn daarin verbeteringen mogelijk en zijn de bevoegdheden en middelen voldoende om aan de gestelde eisen te voldoen.

We zullen dat onderzoek ,dat gepubliceerd werd in een lijvig rapport ‘De AIVD in verandering’ hier niet verder bespreken, maar de liefhebber (en Tweedekamerleden) kunnen het hier nalezen. Er zijn veel veranderingen in gang gezet na dat rapport en in die zin zou een nieuw evaluatie onderzoek op vergelijkbare wijze zinvol zijn. Een belangrijk punt, de controle, heeft de Tweede Kamer echter laten liggen en diezelfde Tweede Kamer vliegt dan nu zelf als spuit elf uit de bocht.

De Commissie Havermans was destijds helder: de controle op de AIVD is onvolkomen. Vooral de parlementaire controle kreeg een onvoldoende: in de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIV, beter bekend als Commissie Stiekem) vinden nauwelijks diepgaande debatten plaats over de wijze waarop de wijze waarop de AIVD zou moeten functioneren.

In de afgelopen jaren lijkt daar niet veel in te zijn verandert. In maart 2010 stelde toenmalig Tweedekamerlid voor de PvdA Ton Heerts voor de CIV uit breiden met vakspecialisten. Het CDA Tweedekamerlid Raymons Knops ondersteunde hem en meldde dat “de fractievoorzitters deze taak serieus moeten nemen door de vergaderingen van deze commissie ook bij te gaan wonen. Nu gebeurt dat lang niet altijd”. Het bleef daarna echter toch weer stil.

De Commissie Havermans concludeerde vooral dat ‘de controle op de organisatie en het functioneren van de AIVD moet worden versterkt. Een bijzondere dienst dient een bijzondere controle vorm te krijgen.’ Havermans zag hierin een taak voor de CTIVD: ‘De commissie van toezicht moet, naast een rechtmatigheidstoets, de formele mogelijkheid krijgen tot onderzoek naar de organisatie en het functioneren van de AIVD, inclusief de wijze van sturing en prioritering.’

De CTIVD was echter geen voorstander van een dergelijke taakuitbreiding. In een reactie op het rapport ‘De AIVD in verandering’ schreef de CTIVD voorstander te zijn van het Canadese systeem, waarbij een inspecteur-generaal dat toezicht uitoefent. De CTIVD was bang voor een te grote en andere organisatie. Toenmalig voorzitter van de CTIV, Irene Michiels van Kessenich – Hoogdam zei destijds: “Wij hebben in een reactie op dat rapport geschreven: kijk nu eens naar de functie van inspecteur-generaal. Op de doelmatigheid is heel weinig externe controle, er is natuurlijk wel interne controle, maar wij hebben de indruk dat de externe controle er ook moet zijn. Wij doen er wel iets aan als het op ons pad komt. De Algemene Rekenkamer heeft weer een heel speciale andere invalshoek. We denken dat een inspecteur-generaal op voldoende afstand van de diensten kan functioneren om kritiek uit te kunnen oefenen. Deze inspecteur-generaal mag niet ondergeschikt zijn aan het hoofd van de dienst, maar staat toch weer zo dicht bij de diensten, dat de kennis van hoe zo’n dienst functioneert aanwezig is. De Commissie Havermans vond dat de CTIVD belast moest worden met het doelmatigheidstoezicht, maar dan krijg je toch wel een heel andere organisatie dan de bedoeling was en dan krijg je gewoon een veel grotere organisatie”.

Instituut Clingendael heeft daarna nog onderzocht hoe de controle in verschillende landen was geregeld. In een reactie op dat rapport stelde de toenmalige minister Remkes dat er in Nederland sprake is van een dekkend stelsel van democratische controle.

De Tweede Kamer heeft het er vervolgens bij laten zitten. In tal van debatten komt de ‘slechte’ controle aan bod, maar een eigen visie op wel of geen inspecteur-generaal, wel of geen uitbreiding van de CTIVD heeft bijna geen enkel kamerlid.

Minister Liesbeth Spies toonde zich vandaag overigens niet afwijzend tegen een evaluatie van de WIV 2002, maar vroeg zich wel af of het nu een wetsevaluatie zou moeten betreffen of een evaluatie van de doelmatigheid van de AIVD. Bovendien melde ze dat er een wetswijziging wordt voorbereid die dit voorjaar ingediend zou gaan worden. Een evaluatie zou dat wetgevingsproces niet voor de voeten mogen lopen. Een omgekeerde route is wellicht zinvoller, pas na een evaluatie een wetswijziging indienen.

Duidelijk is dat de controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten een steeds terugkerend onderwerp blijft, waar  in de Tweede Kamer maar marginaal aandacht voor is. Wellicht dat er op het door de CTIVD te organiseren symposium dit voorjaar in het kader van het tien jarig bestaan van de CTIVD spijkers met koppen kunnen worden geslagen. Met spanning wachten we het vooronderzoek van Cyril Fijnaut af.

Posted in controle | Reageren uitgeschakeld

de (opnieuw) politiek

‘Het is dus niet gebeurd, en dat is voor ons het belangrijkste’, aldus PVV-Kamerlid André Elissen.

Demonstranten verbranden pop Wilders bij protest in Afghanistan tegen Fitna

Het is weer raak. Afgelopen maandag onthulde de Humanistische Omroep in de documentaire ‘Het Proces Wilders‘ dat toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen in 2008 de AIVD wilde inschakelen om Geert Wilders te laten volgen en zo meer te weten te komen over de inhoud van de toen nog te verschijnen film Fitna. Toenmalig minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Guusje ter Horst, liet de documentairemakers overigens weten dat de AIVD niet is ingezet.

Mag een minister, zich zorgen makend over de Nederlandse belangen in het buitenland,  de gedachte op laten komen de AIVD hiervoor aan het werk te zetten? Minister Ter Horst ging destijds niet akkoord, maar had eventueel op grond van artikel 6 ook wel akkoord kunnen gaan. De vraag was immers of Wilders plannen, zeker gezien de eerdere internationale reacties op de Deense cartoons, niet  het ernstige vermoeden opleverden dat zij een gevaar vormden voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde, dan wel voor de veiligheid of andere gewichtige belangen van de staat. En moet je om die vraag te echt goed te kunnen beantwoorden de inhoud niet kennen?

Of het spoeddebat dat vandaag is aangevraagd de kwestie gaat verhelderen is maar zeer de vraag. Op de website van Elsevier legt PvdA Tweedekamerlid Jeroen Recourt uit wat hij van de kwestie vind: “Het moet uitgesloten zijn dat de inlichtingendiensten leden van de Staten-Generaal afluisteren of volgen. Daarnaast vind ik dat de bemoeienis van bewindspersonen met dergelijke opdrachten ongewenst is.”

De laatste opmerking snijdt natuurlijk hout. Een inlichtingendienst kan beter zelfstandig van de bewindspersonen gevaren inschatten. Het dossier Irak laat zien wat er anders gebeurd. Enigszins genuanceerder ligt het toch wel met de eerste opmerking van Recourt. Het is geen simpele kwestie, want de angst van politici voor een machtige geheime dienst die hen onder de knoet houdt kennen we maar al te goed uit landen waar we zelf ook liever niet vertoeven. Omgekeerd moeten we de ogen ook niet sluiten voor malafide praktijken, politiek infiltraties en manipulaties binnen de politiek. Recent was er nog een voorbeeld in Nederland toen bleek dat een kandidaat van de PVV voor de Tweede Kamerverkieizngen, Gidi Markuszower , een risico zou  hebben gevormd voor de integriteit van Nederland  en betrokken zou zijn geweest bij een organisatie die informatie heeft overgedragen aan een buitenlandse mogendheid. Informatie die afkomstig was van de AIVD.

Voor die kandidaat-Kamerleden bestaat er al sinds 1993 beleid, recent weer aangescherpt na debat in de Tweede Kamer. De regeling is heel helder en duidelijk. De eigen verantwoordelijkheid van de betrokken partij staat voorop. Als daar voldoende aanwijzingen uit komen dat de integriteit een gevaar loopt dan wordt er door de AIVD eerst naslag gedaan. Pas als daaruit, in combinatie met de door de partij aangeleverde gegevens blijkt, dat dit aanleiding geeft tot het ernstige vermoeden dat het betrokken kandidaat Kamerlid een gevaar vormt voor de democratische rechtsorde, de nationale veiligheid of andere gewichtige belangen van de staat, dan kan de AIVD op grond van zijn a-taak een onderzoek instellen. Uit de kwestie Markuszower blijkt dat dus af en toe nodig te zijn. Bij de laatste aanpassing van deze regeling is vastgelegd dat de AIVD de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten informeert indien er informatie wordt vertrekt aan een politieke partij binnen dit kader.

Eenzelfde  regeling zou natuurlijk van toepassing kunnen worden op alle democratisch gekozen leden van het parlement, provinciale staten en de gemeenteraden. Want laten we wel wezen, waarom zouden zij uitgesloten moeten zijn van onderzoek door de AIVD als er voldaan is aan de voorwaarden van artikel 6 WIV 2002? Het is inmiddels bijna 20 jaar gelden, maar de AIVD berichtte middels een ambtsbericht dat de toenmalige fractievoorzitter van de VVD van stadsdeel Oost in Amsterdam, actief en bewust betrokken was bij het helen van illegaal gegenereerde gelden.

Als je. zoals Recourt stelt, onderzoek naar leden van de Staten Generaal door de AIVD uitsluit, dan mis je dus mogelijke gevallen van infiltratie, of door vreemde mogendheden (Markuszower) of door georganiseerde misdaad (Rieske). Als de CTIVD, net als bij kandidaten voor de Tweede Kamer in ieder geval iedere keer op de hoogte wordt gesteld, voorkom je een mogelijke ongebreidelde macht van de AIVD.

Hoe je ook wendt of keert is er rondom het uitkomen van Wilders film Fitna door de verantwoordelijken niet fout gehandeld. Uit gesprekken met Wilders zelf wisten die al lang wat de inhoud van de film ongeveer zou zijn en was het ook mogelijk de juiste maatregelen te treffen. Gelukkig was Maxime Verhagen van het buitenland en niet van het binnenland.

Posted in taken | Reageren uitgeschakeld

het commentaar

De controle op inlichtingendiensten kan en moet op vele terreinen verbeterd worden. De zaak ‘Paul Kraaijer’ is een mooie aanleiding daartoe.
Groenlinks Magazine, juli 2011

Geen commentaar’, zo luidde de reactie van de AIVD op de biecht van Paul Kraaijer in de Telegraaf dat hij ruim 25 jaar als infiltrant voor die dienst in activistisch Nederland had gespioneerd. Kraaijer speelde naar eigen zeggen informatie door van organisaties als AFA (Anti Fascistische Actie), ADC (Anti Dierenproef Coalitie), anti-globalisten en het Kurdistan Informatie Centrum. Pikant detail is dat Kraaijer ook fractie assistent was voor GroenLinks in Zwolle. Bovendien presenteerde hij zich vaak als ‘journalist’. Hij hield een eigen blog bij en schreef voor activistenbladen.

Het is onduidelijk in hoeverre Kraaijer de waarheid spreekt, maar door de opstelling van de AIVD zal die vraag voor ons onbeantwoord blijven. En dat is problematisch. Ook de vragen die bij dit soort infiltraties naar boven komen – hoe terecht is het bespioneren van deze activisten, speelde hij informatie van GroenLinks door of misbruikte hij zijn positie als journalist – blijven daarmee onbeantwoord. Alleen de leden van de Commissie Stiekem van de Tweede Kamer kunnen hier inzicht in krijgen, vooropgesteld dat ze daar om vragen. In de praktijk hebben druk bezette fractievoorzitters echter weinig aandacht voor dit soort kwesties. Een oplossing zou zijn als specialisten uit de fractie de geheime informatie van de inlichtingendiensten kunnen beoordelen. Dat is wel eens besproken, maar nooit door de Tweede Kamer doorgezet.

In maart 2006 miste de Tweede Kamer een eerste kans om die controle beter te regelen. De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (CTIVD) constateerde toen dat de AIVD zijn taak op het terrein van activisme verbreed had. Waar de dienst zich vroeger beperkte tot ‘gewelddadig politiek activisme’ onderzoekt de AIVD tegenwoordig mogelijke radicalisering van personen binnen het activisme. Gaat deze bemoeienis van de AIVD niet veel te ver? Wat wordt als mogelijke radicalisering gezien? Had de Koude Oorlog ons niet geleerd dat het registreren van alle communisten ook negatieve effecten heeft? Vragen die destijds niet gesteld werden, maar nu met de kwestie Kraaijer weer actueel zijn.

Ook buiten de Tweede Kamer valt er wat bij te spijkeren aan de controle op inlichtingendiensten. De CTIVD mag slechts bekijken of de diensten zich aan de wet houden. Waarom geen inspecteur-generaal aangesteld, die ook de noodzaak en effectiviteit van maatregelen onderzoekt?

Ten slotte kan Groenlinks op lokaal niveau de kwestie aan de orde stellen. Kraaijer was immers assistent van de gemeenteraadsfractie van Groenlinks in Zwolle. Bovendien werd Kraaijer niet alleen gerund door de AIVD; ook de Regionale Inlichtingendienst (RID) trad op als begeleider van de infiltrant. Het zou logisch zijn om de Korpsbeheerder en de korpsleiding ter verantwoording te roepen. Had Kraaijer ook de opdracht om binnen GroenLinks informatie te verzamelen, maakte hij gebruik van het contactennetwerk en kreeg hij in die periode ook vergoedingen van de RID?

Regionale Inlichtingendiensten zijn zo’n beetje de slechtst gecontroleerde diensten in Nederland, waarschijnlijk omdat ze in het schimmige gebied tussen politie en inlichtingendiensten opereren. De rol onderzoeken van Paul Kraaijer is mooie aanleiding om ook die controle eindelijk eens te regelen.

(gepubliceerd in Groenlinks Magazine, juli 2011)

Posted in controle | Reageren uitgeschakeld