de ‘black’ ct-infobox

Daarnaast vindt samenwerking met de IND plaats binnen de CT Infobox.

 

Op enkele gebieden vindt samenwerking plaats tussen (onderdelen van) de rijksbelastingdienst en de diensten, onder meer in de CT Infobox.

 

Naast samenwerking in de CT Infobox, wordt tussen de diensten en het Openbaar Ministerie (OM) ook samengewerkt op het terrein van terrorismebestrijding.

 

De diensten werken intensief samen met de NCTV. Daarnaast werken de diensten met de NCTV samen in de CT Infobox.

 

citaten rapport Commissie Dessens

In een aantal opzichten blijft het rapport van de Commissie Dessen een bijzonder rapport. De opdracht lijkt zo helder: heeft de Wet gebracht wat de wetgever voor ogen had, is de wet werkbaar voor de taakuitvoering van de diensten en welke knel- en aandachtspunten zijn in de toepassingspraktijk te ontdekken? Dat laatste punt is op een aantal thema’s nogal vreemd uitgewerkt.

Neem bijvoorbeeld het hoofdstuk over Samenwerking. Natuurlijk wordt er uitgebreid ingegaan op de samenwerking tussen de AIVD en MIVD, maar er worden ook eenvoudig open deuren ingetrapt (“eenduidige keuzes”, “versnippering en overlapping voorkomen”) zonder een heldere analyse te geven van de pijnpunten. En is de oplossing – diepgaande samenwerking waarbij zoveel mogelijk vanuit een gezamenlijke visie en planvorming voor de komende tien jaar wordt gewerkt – wel zo vanzelfsprekend? Zijn de externe behoeftesteller voor beide diensten wel voor zo’n groot deel gelijk, dat er vanzelfsprekend meer afstemming zou moeten zijn? Tja, dat wordt nog een interessante discussie.

Maar, en dat is wel heel opmerkelijk, waar is de CT-Infobox gebleven? U las het het al in bovenstaande citaten, het bestaan van de CT-Infobox is in ieder geval wel bekend bij de leden van de Commissie Dessens. Dat er wordt samengewerkt in die CT-Infobox ook, elk citaat verwijst er naar. Maar, weet de Commissie Dessens wel wat de CT-Infobox doet? Een citaat als “Naast samenwerking in de CT Infobox, wordt tussen de diensten en het Openbaar Ministerie (OM) ook samengewerkt op het terrein van terrorismebestrijding” suggereert toch dat er in de CT-Infobox niet wordt samengewerkt op het terrein van terrorismebestrijding.

Maar, we hebben er hier al eerder over geschreven, juist over de CT-Infobox woedt toch al jarenlang een dispuut. Een dispuut dat nu juist de toepassing van de Wet betreft, die de Commissie Dessens nu toch onderzocht heeft? Houd de Commissie Dessens de eigen opdrachtgevers (de ministers)uit de wind door het conflict over de Ct-Infobox gewoon te negeren?

Simpel uitgelegd komt het er op neer dat de CTIVD in 2007 constateerde dat de Wet niet voldeed: er moest een aparte regeling komen voor de uitwisseling van informatie in de CT-Infobox. De minister dacht daar al anders over, maar zoals we beschreven in “het Meerenburg arrest” ging een werkgroep van het Coördinerend Beraad van de CT-Infobox aan de slag en iedereen was het eens: er moest een nieuwe wet komen. De minister bleef een wetswijziging in deze echter blokkeren, met een verwijzing naar dat befaamde Meerenburg arrest.

Nou ja, misschien voor voor de fijnproevers onder u, maar waarom geen enkel woord over de samenwerking binnen de CT-Infobox?

 

 

 

de sturing

Schermafbeelding 2013-12-02 om 21.49.12

Veel aandacht vandaag voor het lang verwachte rapport van de Commissie Dessens. De onthullingen van Snowden over het massale vastleggen van internet- en telecomverkeer weerhielden de Commissie Dessens er niet van om te pleiten voor uitbreiding van de SIGINT-bevoegdheden van de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten, zij het dat dit gepaard dient te gaan met verregaande controle van de kant van de CTIVD. En er valt iets te zeggen voor een zo technisch-neutraal mogelijke omschrijving van bevoegdheden in de wet. Het zou de discussie terug kunnen brengen tot de nut en de noodzaak  van de bevoegdheden an sich. Maar juist die vraag wordt niet beantwoord in het onderzoek van de Commissie Dessens. Wat levert de uitbreiding van de bevoegdheden op aan bruikbare informatie en wat kost het aan privacy en burgerrechten? Dat zou nog eens een interessante discussie kunnen worden.

Maar, en natuurlijk geheel ondergesneeuwd, constateert de Commissie een verontrustend manco in de aansturing van de AIVD. Een manco, dat gezien het voorstel tot uitbreiding van de bevoegdheden, absoluut opgelost dient te worden. En helaas, de Commissie Havermans, die in 2004 (!) een evaluatie verrichtte naar de AIVD constateerde dus negen jaar geleden precies hetzelfde: de minister van Binnenlandse Zaken ontbeert een staf, die op degelijke juridische en politieke gronden een verzoek om een bijzondere bevoegdheid in te zetten door de AIVD beoordeelt.

In 2004 schreef de Commissie Havermans:

De Commissie meent dat meer inhoud moet worden gegeven aan de sturende rol van het ministerie van BZK. Voor een integrale sturing van de AIVD zullen de minister en de secretaris-generaal (en de noodzakelijke
ambtelijke ondersteuning) beter op de hoogte moeten worden gebracht van operationele aangelegenheden. Ook de DGV moet breder worden geïnformeerd. Dit impliceert dat de minister en de SG een adequate kwantitatieve en kwalitatieve ambtelijke ondersteuning hebben. De Commissie acht de ambtelijke ondersteuning van de SG en de minister
op het AIVD dossier onvoldoende.

En nu schrijft de Commissie Dessen:

In geval van een lastaanvraag door de MIVD zijn de directie Juridische Zaken en de SG van Defensie altijd betrokken, alvorens de lastaanvraag door de Minister van Defensie wordt ondertekend. Deze onderdelen van het departement kijken dus naar de aangevraagde last en beoordelen deze op hun juridische en politieke aspecten. Binnen het ministerie van BZK is, in geval van een lastaanvraag door de AIVD, geen ander BZK-onderdeel betrokken, ook de SG neemt er geen inhoudelijke kennis van. De lastaanvraag is weliswaar door de eigen juridische afdeling van de AIVD kritisch bekeken, maar vervolgens gaat het hoofd van dienst rechtstreeks naar de minister met de lastaanvragen. Er is dus geen vorm van verdere controle, er wordt niet over de schouder meegekeken door verantwoordelijken vanuit het departement. Afgezien van de vraag of ministers zich altijd voldoende vrij kunnen maken om deze taak persoonlijk uit te voeren – en zich dus te verdiepen in de machtigingen – heeft de departementale organisatie als taak de minister bij te staan in het uitoefenen van zijn verantwoordelijkheden. Vanwege de beperkte betrokkenheid is er aldus binnen het ministerie van BZK, niet alleen naar het oordeel van de evaluatiecommissie maar ook volgens meerdere geïnterviewden, sprake van onvoldoende ‘checks and balances’ in de afwegingen bij de voorbereiding van de lastgeving en de advisering van de minister daarover. Dit levert een kwetsbare positie op voor de Minister van BZK. De evaluatiecommissie is daarom van mening dat de SG van BZK in dit proces een zwaardere rol moet gaan krijgen.

 

Negen jaar lang is er dus er geen verandering gekomen in een toch behoorlijk onwenselijke aansturing van bijzondere bevoegdheden van de AIVD.

Opmerkelijk is dan wel dat Stan Dessens in Nieuwsuur van 2 december zegt dat de minister in het verleden natuurlijk wel goed op de hoogte was, maar dat zijn constatering vooral van toepassing is op de uitbreiding van de bevoegdheden …..

Quis custodiet ipsos custodes?

glurenOud voorzitter van de Procureurs-Generaal, Harm Brouwer, zal op 1 januari voorzitter worden van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Hij volgt daarmee Bert van Delden op, de huidige voorzitter, die in totaal dan 6 jaar lid is geweest van de CTIVD. Per 1 januari zal ook voormalig korpschef van Rotterdam, Aad Meijboom, die in februari 2010 opstapte nadat uit een onderzoek van het COT bleek dat de korpsleiding voor de strandrellen in Hoek van Holland veel te laat was ingelicht,  op 1 januari toetreden tot de CTIVD. Meijboom nam de verantwoordelijkheid over Hoek van Holland op zich, terwijl hem persoonlijk niks te verwijten viel. Het enige lid van de CTIV dat na 1 januari doorgaat is Liesbeth Horstink-Von Meyenfeldt, net als Brouwer is zij afkomstig van Openbaar Ministerie.

Hoe slim is het nu om een voormalig baas van het Openbaar Ministerie toezicht uit te laten oefenen op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten? Puur persoonlijk bekeken lijkt er geen vuiltje aan de lucht, Brouwer heeft het imago van een ongeschonden blazoen.

Maar puur zakelijk bekeken kan de voormalig voorzitter van de Procureurs Generaal, die daarmee verantwoordelijk was voor het gehele Openbaar Ministerie, nog voor lastige dilemma’s komen te staan.

Kan Brouwer bijvoorbeeld wel onderzoek doen naar kwesties waar hij zelf bij betrokken was of op op zijn minst verantwoordelijk voor was.

Een eerste probleem zal hij tegenkomen als er echt onderzoek zou moeten worden gedaan naar de overleggen tussen Hoofd AIVD en voorzitter van de PG’ s. Het lijkt niet voor de hand te liggen, maar veel onderzoeken van de CTIVD komen onverwachts. En neem nu de notulen van dat overleg van 30 juni 1993. Op zich lijken de neuzen dezelfde kant op te staan over een precair onderwerp: ook de AIVD (destijds nog BVD) wilde gaan infiltreren in de georganiseerde criminaliteit, een onderzoek dat later bekendheid verwierf door een lek naar de Telegraaf.

Maar in de praktijk staan de neuzen helemaal niet altijd dezelfde kant op, zo bleek uit de scriptie “Bouwen aan vertrouwen” uit 2006. Uit de scriptie kwam een beeld naar voren van een zeer problematische samenwerkingsrelatie tussen enerzijds politie en openbaar ministerie en anderzijds de AIVD.

“De realiteit is echter anders” schreven de onderzoekers, “van enige samenwerking is maar mondjes maat sprake en de informatie-uitwisseling is mager. Dit is tevens op te maken uit de bezorgdheid die tijdens het LPC (landelijk platform CIE-officieren van justitie) in november 2005 is geuit”.

Zou iemand die zo’n stempel op het Openbaar Ministerie heeft gedrukt hier onafhankelijk onderzoek naar kunnen doen?

Het is een moeilijk te beantwoorden vraag, maar pijnlijker ligt het bij een dossier waar de  CTIVD steeds van heeft geconstateerd dat het hoognodig opgelost dient te worden. En dat is niet zomaar een dossier: het handelt om de kwestie wie de zeggenschap heeft over de wijze waarop infiltranten strafbare feiten mogen plegen. U kent het wel, recent nog in de serie Penoza, waarbij de loopjongen van Berry, de regelaar van kwade zaakjes voor bazin Carmen, aanpapt met haar dochter, en waar nodig is er rustig op los knalt, terwijl ondertussen duidelijk is dat hij de infiltrant is. Een infiltrant, ook in terrorismezaken, moet niet door de mand vallen als zacht eitje en zal dus ook strafbare feiten plegen.

Nu is daar bij de vormgeving van de huidige WIV in 2002 wel over nagedacht, maar de AIVD en het Openbaar Ministerie moesten zelf tot een regeling komen. En wat blijkt uit allerlei rapporten van de CTIVD, sinds 2002 wordt daarover gesteggeld. De AIVD wel zelf de zeggenschap houden en eist immuniteit van vervolging van infiltranten, het Openbaar Ministerie wil haar recht op vervolging echter niet uit handen geven. Beiden houden nu al ruim 11 jaar voet bij stuk.

Een lastige kwestie dus, want Brouwer die Brouwer onderzoekt, nee, dat klinkt niet erg geloofwaardig.

Opmerkelijk is het wel dat het toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten nu uitgevoerd wordt door mensen afkomstig van het OM en de politie. Tot op heden maakte ook iemand uit de rechterlijke macht deel uit van de CTIVD (beide voorzitters), maar in geen enkele combinatie tot op heden heeft er iemand uit de inlichtingenwereld in de CTIVD gezeten. Wellicht dat de aanbevelingscommissie voortaan ook een blik kan gaan werpen op de inmiddels ruime wetenschappelijke kennis op het gebied van inlichtingen- en veiligheidsdiensten in Nederland. Daar lopen  vast wel potentiele kandidaten tussen.